|
Mont Ventoux 12 augustus 2009 |
|
|

Toevallig kampeerde ik, aan het einde van onze vakantie in de Cevennen,
nog voor een drietal dagen in de buurt van de Mont Ventoux.
Nu heb ik
het niet zo op dat soort "Volendamse" cols, maar als lid van de
vermaarde Toerclub Rijnmond mag je deze prestigieuze berg niet zomaar
laten liggen. Je kan je immers op de clubavond, zeker in de A-ploeg, niet meer vertonen indien je deze unieke kans aan je voorbij laat gaan.
Woensdag 12 augustus wurmde ik mij om even over 8 uit de tent, werkte wat stokbrood en krenten naar binnen en sprong gekleed in een verse TC Rijnmond koersbroek op 't fietsje voor, om te beginnen, een rustig tochtje van 20 km naar Bédoin. M'n fietscomputer wist ´t eerste uurtje niet wat deze meemaakte. Een hartslag van onder de 120 en een gemiddelde van minder dan 20 km, dat was voor haar een nog onbekend fenomeen. De energie moest echter volledig worden bespaard voor echte werk. Pas in Bédoin, direct na de rotonde met de afslag naar de Mont Ventoux, tref je een echte startstreep aan.
Nu was ik de voorgaande middag reeds met de auto naar boven gekacheld dus ik wist zo´n beetje wat ik kon verwachten. Boven komen zonder afstappen in 2 uur leek mij wel een mooie doelstelling. Rustig beginnen achter een tweetal gesoigneerde Vlamingen met dure fietsjes en mooie shirtjes van professionele ploegen, dat leek me wel verstandige opening. Na een minuut of vijftien, zo vlak voor het beruchte bos, een helling van 10 km lengte met continu een stijging van rond de 10%, raakte ik, nog steeds netjes de twee Belgen volgend, in gesprek met een Nederlander die al zo'n 5 minuten in m'n wiel zat. Het was vandaag al zijn tweede beklimming. In totaal stonden die dag drie beklimmingen op zijn programma. Mocht ik al de illusie hebben dat ik iets bijzonders deed; dat gevoel was daarmee ook wel weer verdwenen. Niettemin; ook ik was toegetreden tot de wereld van de uitslovers die om onduidelijke reden de behoefte hebben zich zelf te bewijzen, voor eer, glorie en het gevoel ergens een beetje goed in te zijn.
Los, of misschien wel juist dankzij, deze bespiegelingen, trapte ik voorzien van ‘n tripple en een kransje van ´27 achter lekker door. Tegelijkertijd zie je van alles en nog wat langs gaan. Heel jong (15- en 16 jarigen) en oud (een circa zeventig jarige Fransman fietste mij vrolijk groetend voorbij) en mannen en vrouwen op gewone sportieve stadsfietsen, mountainbikes en dure Italiaantjes. Het passeren van goed geklede jonkies op van die dure racefietsjes (denk aan Aart maar dan 30 jaar jonger) geeft vanzelfsprekend het beste gevoel. Ook passeer ik afgestapte fietsers die als gevallen soldaten op schaduwplekjes zitten bij te komen of al wandelend met de fiets aan de hand proberen hun tocht te voltooien. Wat is er van hen geworden? Een ieder die ik zo voorbij ging, gaf mij weer wat mentale energie; zie mij eens naar boven “glijden.
Die "uitslover" met z'n drie beklimmingen en die mooie Belgen had ik aan 't einde van het bos inmiddels voorgoed van me afgeschud. Afgeserveerd. Ik beet me het volgende 20 minuten vast in de wielen van een "Raborijder". We kwamen samen aan bij Chalet Reynard en begonnen daarmee aan de beklimming van het al even beroemde kale gedeelte van de berg. De top is vanaf hier vandaan goed te zien. Gelukkig stond er, bij een temperatuur van pakweg 29 graden, weinig wind. Vele afstappers, de ongelukkigen, schoven vanaf dit restaurant weer aan in gestage rij van "zij die zo nodig moeten". Wurmend tussen de vele auto´s en campers, de "kale berg” is ook voor niet-wielrenners een topattractie, gaat het weer steil naar boven.
Het stijgingspercentage neemt hier op sommige stukken wat af, waardoor de druk wat wordt verlicht. Angst om kramp te krijgen komt daarvoor in de plaats. De “Raborenner” laat het drie kolometer voor de top ook afweten. Bij het passeren voel ik een lichte teleurstelling opkomen bij de constatering dat deze Snorremans ook al aardig op leeftijd is. Na zes kilometer op de puinvlakte ben je boven. Tussen de opeenhoping van stilstaande en zich voor je uit kronkelende auto´s, marktkraampjes en wandelende dagjesmensen, wring je jezelf het laatste stukje omhoog. En dan rest de voldoening. Doelstelling volbracht. Toerclub Rijnmond en diens sponsoren staan ook in Frankrijk op de kaart.
Leo Buckers
|