Die bewondering is wat mij betreft niet noodzakelijk.
Ik schrijf deze stukjes uit overlevingsdrang.
Wat kan ik, naarmate de leeftijd zich doet gelden, doen om die jonge honden bij te houden. Lekker doorrijden lukt nog wel, maar gaatjes dichtrijden gaat me moeilijker af. Zeker nadat ik weer heb moeten afrekenen met een of ander kwaaltje.
Ze worden zelf ook een jaartje ouder, en de nieuwe aanwas gaat moeizaam. Dat scheelt één.
Ik kan anders trainen en mijn seizoen beter indelen. Dat scheelt twee.
Ik kan investeren in nieuw materiaal.
Ik kan zuiniger rijden door als eerste aan de klim te beginnen, en de bochten sneller aan te snijden.
Ik kan de anderen op de echt moeilijke stukken op kop dwingen.
.....
Ik kan werken aan mijn zit op de fiets, en mijn krachten efficienter op de pedalen overbrengen.
Ik kan onderzoeken hoe ik minder weerstand heb van de wind.
...........
Ik kan me losmaken van het verlammende gedachtenpatroon van de oude man.
Ik kan mijn voedingspatroon tijdens de rit veranderen.
.....
.....
En als dat allemaal niet helpt, is er altijd nog
Gruber's Assist.
Deze forumpost over dikke lucht past bij aktiepunt xyz van dit aktieplan.
Vanuit een wiskundig standpunt hebben we ongeveer alles gezegd wat er over luchtweerstand te zeggen valt. Of het zou moeten gaan over een slimme methode om al die weerstandscoefficienten een waarde te geven.
Belangrijker is dat de psychologische factor nog onderbelicht is gebleven. Want al die wiskundige formules hebben niet kunnen verklaren waarom we tegenwind de ene keer als normaal ervaren, en de andere keer als weerbarstig.
Zou tegenwind alleen tussen onze oren zitten, en helemaal niet bestaan?
Ervaren we tegenwind alleen omdat we op zo'n dag even geen kontakt konden maken met onze
FLOW (een bewustzijnstoestand waarin we ons sterk voelen, moeiteloos onze plichten vervullen, het gevoel hebben de situatie meester te zijn, en op de top van ons kunnen te presteren)?
Ik wil dit als serieuze optie voorleggen omdat mij onlangs twee onderzoeken onder ogen kwamen waarin dorst en vermoeidheid als psychologisch probleem werden benoemd, en niet als fysiologisch probleem.
In weerwil van het feit dat driekwart van het wielerpeloton een goede boterham verdient als waterdrager, zijn deze onderzoekers stellig in hun overtuiging dat ze daar alleen maar rondrijden om de psyche van de kopman gerust te stellen.
Ook in weerwil van al die marketeers die ons zeggen dat we Himalaya zout in onze bidon moeten doen.
Zo'n onafhankelijke en tegendraadse gedachte heeft een te grote aantrekkingskracht op mij. Daar moet ik iets mee doen.
Als we het hebben over psychologie in de sport, gaat het steevast over sporters die te veel nadenken over de prestatie die moet worden neergezet. En zodra je gaat nadenken over je prestatie, lukt het niet meer.
Lopen over een plak is moeilijker als die plank over een afgrond gaat dan wanneer die plank op de grond ligt.
Maar alles zou beter gaan als we ons middels
PETTLEP zouden voorbereiden op onze rit.
Goalsetting is achterhaald.
If-then strategieen zijn effectiever.
We moeten geen
keiharde muziek opzetten om de spanningen die met goalsetting gepaard gaan, van ons af te zetten.
Als ik dorst ervaar, dan zeg ik tegen mijzelf dat ik goed genoeg ben om naar vermogen te presteren.
Ik spoel even mijn mond, en er gaat onmiddellijk een positieve vibe naar de hersenen die ik door mijn hele lijf zal ervaren (zegt prof dr Asker Jeukendrup).
Hetgeen zo veel wil zeggen als: "geniet van het drankje in je bidon, en drink er bewust van"
Het onderzoek naar de beleving van vermoeidheid is gebaseerd op dezelfde gedachtengang.
We weten allemaal dat
spieren op ATP draaien, dat door het lichaam wordt aangemaakt uit vetten, bloedsuikers en zuurstof.
Vet verbrand niet snel genoeg voor een fietssnelheid waarmee je indruk kan maken. Maar we hebben meer dan genoeg vet aan boord om het dagen vol te kunnen houden.
Suikers kunnen we tijdens de rit innemen. Complexe suikers zijn al binnen een half uur omgezet.
En in de zuurstofbehoefte wordt voortdurend middels ademhaling voorzien.
Op basis van dit verhaal wordt je pas echt moe als je je spieren dwingt tot inspanningen met een zuurstofschuld. En is alle vermoeidheid die je ervaart bij inspanningen onder de anaerobe drempel ingebeeld.
Een verlammende gedachte die je middels een If-Then gedachtengang van je af kan leren te zetten.
Als aanvulling op dit plaatje. Diep nadenken en fietsen gaan niet samen.
Een
neuropsycholoog schiijnt te hebben ontdekt dat onze hersenen voor 90% druk zijn met onze coexistentie (het aansturen van de spieren die nodig zijn om rechtop te staan, adem te halen, enz.). Er zou slechts 10% beschikbaar zijn voor de aansturing van de spieren die je bij het fietsen gebruikt. Dan is er dus tijdens het fietsen weinig hersencapaciteit meer beschikbaar om diepe gedachten te ontwikkelen.
Anderen wijzen er op dat het fietsen vooral een beroep doet op de linker hersenhelft. Dat is de helft die alles bekritiseert, maar niet origineel kan zijn.
====================
Gepost op 12 mei 2012
In het kader van voornoemd aktieplan gesleuteld aan mijn positie op de fiets:
Het zadel 12mm naar achteren verplaatst.
Het zadel 2mm lager geplaatst.
De stuurpen 20 mm korter
Schoenplaatjes 4mm naar achter
De linkerpedaalas 12 mm langer gemaakt.
Een shim van 2mm onder de rechterschoen
Een valgus wedge van 1 mm onder de linkerschoen.
Een nadrukkelijk aanwezige steun onder de middenvoet (rechts en links).
Een varus wedge van 3mm onder de linker hiel.
De verbeteringen zijn wonderbaarlijk. Niet dat ik nu de bondscoach kan gaan bellen. Maar het feit dat mijn linkerbeen nu volledig meedoet, en vooral pijnvrij meedoet, voelt al als een uitnodiging voor de nationale selectie.